Camouflage: wat schuilt erachter? (deel 2/3)

Camouflagepatronen zijn zowel in militaire als civiele middens populair, zij het om compleet uiteenlopende redenen. Waar het bij militairen de bedoeling is om zo weinig mogelijk op te vallen, willen hippe meiden en kerels net het tegenovergestelde. Maar waar staan al die verschillende patronen eigenlijk voor? Wat schuilt er zoal achter en waar komen de ontwerpen vandaan?

Chocoladevlokken

Het smakelijkste onder de camouflagepatronen heeft pas vrij recent bekendheid verworven, met name tijdens de Golfoorlog begin jaren negentig. Toch bestond het patroon al veel langer, sinds 1962 om precies te zijn. De in de volksmond Chocolate-Chip of Cookie Dough genoemde camouflage werd destijds – met het aanslepende Arabisch-Israelische conflict in het achterhoofd – ontworpen door het Amerikaanse leger. De Amerikanen waren immers van oordeel dat ze ooit wel eens militair zouden moeten ingrijpen in het Midden-Oosten. In 1979 werd het patroon dan ook voor het eerst gebruikt om de VS-belangen in de Perzische Golfregio te beschermen.

Vandaag wordt deze zeskleurige camouflage, waarvan de zwarte opdruk doet denken aan chocoladevlokken in koekjesdeeg, niet langer door de VS gebruikt. Wel wordt een afgeleid patroon nog altijd op grote schaal gebruikt door andere strijdkrachten en veiligheidsdiensten, zoals de Palestijnse politie, die een blauwe variatie draagt.

Flecktarn

Flecktarn ofwel ‘gevlekte camouflage’ kent zoals de meeste populaire camouflagepatronen heel wat varianten. Deze soort camouflage wordt wel eens de Europese Woodland genoemd (als tegenhanger van de US Woodland), gelet op de populariteit en het aantal variaties. Het is een van oorsprong Duits ontwerp dat halfweg jaren zeventig als winnaar van een designwedstrijd werd geselecteerd.

Het patroon is evenwel niet geheel onbesproken. Onder meer het Nederlandse leger wilde niets weten van Flecktarn omdat de uitstraling ervan te agressief zou zijn. Bovendien is er een zekere gelijkenis met het Erbsenmuster-patroon van de Waffen-SS, dat bestond uit ‘erwten’ in vier verschillende kleuren. Het hierdoor vrij controversieel te noemen Flecktarn-patroon kan uit drie, vier, vijf of zes verschillende kleuren bestaan en is ontworpen voor gebruik in een gematigd bosrijk terrein.

Onder meer onze Belgische luchtmacht heeft een eigen variant voor de infanterie en het grondpersoneel.

CADPAT/MARPAT

CADPAT, dat in 1996 door de Canadese strijdkrachten werd ontworpen, was ’s werelds eerste digitale camouflagepatroon. Traditionele camouflage, zoals de soorten die hierboven zijn vermeld, gebruiken relatief grote macropatronen die duidelijk afgelijnde contouren hebben en gemakkelijker zichtbaar zijn.

Digitale camo maakt daarentegen gebruik van gepixeleerde micropatronen die samen vervagen en op afstand lijken te trillen, waardoor ze moeilijker te detecteren zijn. Deze doorbraak bracht een revolutie teweeg in militaire camouflage en sindsdien gebruiken bijna alle moderne strijdkrachten een vorm van gepixeleerde camo. MARPAT was bijvoorbeeld de eerste digitale camouflage van de Amerikaanse zeemacht en werd in 2001 voor alle Marine-troepen uitgerold. Het kleurenschema heeft veel weg van het US Woodland-patroon, dat is omgevormd tot een gepixeleerd micropatroon. Hoewel de mariniers zullen zeggen dat ze het patroon helemaal zelf hebben uitgevonden, is de invloed van CADPAT moeilijk te ontkennen.

Lange broeken

Bdu Field Pants

 21,10

Brushstroke

Brushstroke of ‘penseelstreek’ camouflage is een van de eerste bekende camouflagepatronen en wordt beschouwd als een fundamentele voorganger van heel wat latere ontwerpen. Het patroon werd oorspronkelijk bedacht door Britse parachutisten in de Tweede Wereldoorlog. Ze gebruikten hiervoor letterlijk grote borstels (‘brushes’) met een afwasbare verf om hun kiels – de Denison smocks – te beschilderen voordat ze in vijandig gebied sprongen. Een groot voordeel daarbij was dat ze de kleuren konden aanpassen aan de omgeving. 

Dit type camouflage werd later ook op grote schaal gebruikt door landen over heel de wereld, zij het dat er dan gebruik werd gemaakt van een zeefdrukproces om de kleuren direct op de kledij aan te brengen. Ieder land maakte een eigen afgeleide, steeds getypeerd door de duidelijk aanwezige penseelstreekstijl. België en Frankrijk pakten ermee uit in de jaren vijftig, en in de jaren 70 hadden heel wat Aziatische landen een eigen – vaak kleurrijke – variant.

Productcategorieën